De juiste werkhouding

De optimale werkhoogte is tussen borst- en schouderhoogte. De schouders én ellebogen hangen dan ontspannen laag. Bij uitzondering mag je als kapper hoger (tot ooghoogte) knippen. Op de volgende manier zorg je voor een juiste werkhouding en voorkom je houdingsklachten:

  • Gebruik de palm-palm-methode. Bij deze kniptechniek kunnen de bovenarmen laag blijven en blijft de polshouding min of meer neutraal. Zo verlaag je de belasting op handen, armen, schouders en rug. 
  • Verbeter je houding verder door met een offset-schaar te knippen. 
  • Stel een gunstige werkhoogte in door een goed gebruik van de verstelbare kappersfiets. Hierdoor kan je als kapper dicht bij de klant werken. Alternatief voor de ambulante kapper: vraag je klant een goede zithoogte in te nemen. Laat hem of haar bijvoorbeeld op een verstelbare bureaustoel zitten of gebruik kussens als stoelverhoging. 
  • Beschik je over een kappersfiets, zorg dan voor een goed exemplaar. Lange kappers moeten rekening houden met een lagere minimum instelhoogte (54 centimeter in plaats van 60 centimeter). Kleinere kappers hebben een kappersfiets een fietszadel nodig in plaats van een ponyzadel. 
  • Vraag een klant te gaan staan of juist meer onderuitgezakt te gaan zitten, waardoor je optimaal kunt werken. 
  • Werk afwisselend staand en zittend. 
  • Neem meer rustmomenten als je door omstandigheden niet op de juiste werkhoogte kan werken.

Ambulante kappers adviseren we om niet meer materiaal naar een klant mee te nemen dan nodig is. Overleg zo nodig vooraf met de klant, zodat je overige materialen in auto of huis kan achterlaten.

Heb je toch nog vragen?

Vraag het direct!

 

 

Neem contact op!

 

Gezond Werken Regels

Gezond Werken Regels